Geschiedenis van het gebied

 

 

 

Prehistorie

Noord-Brabant ziet er tegenwoordig heel anders uit dan vroeger.  Het grootste gedeelte daarvan was in de prehistorie een nauwelijks bewoond gebied. Brabant lag tijdens verschillende ijstijden weliswaar niet onder het honderden meters dikke landijs, maar het was hier wel extreem koud. Er groeiden geen bomen; alleen gras, mos en kleine struiken. Brabant was een toendra. Van langdurige bewoning was in de prehistorie geen sprake, maar er zwierven wel degelijk mensen rond. Na verloop van tijd begonnen zij ook sporen na te laten: de grafheuvels.
Het grondgebied dat we nu Tilburg noemen is dekzandgebied. De bossen op de schrale, droge zandgronden bestonden in de prehistorie uit berken en dennen. Later kwamen hazelaars, eiken, iepen en linden bij. Door de stijging van de waterspiegel ontstonden er vennen.

Laag van Usselo.
De Allerödperiode , een relatief warme fase van de laatste ijstijd, waarin de vegetatie de kans kreeg zich te ontwikkelen en er ontstond een uitgestrekt bosgebied, aanvankelijk voornamelijk bestaande uit lage berken; enkele eeuwen later werd dit een berken-dennenbos. Door de inwerking van de planten ontstond gedurende die periode in de bodem een vuilgrijze laag, die bekend staat als de ´Laag van Usselo´. De enige twee plaatsen in de regio waar deze bodem ooit is gesignaleerd, liggen in het industrieterrein Kraaiven te Tilburg en in een zandrug ten zuiden van Dongen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn tientallen vuurstenen werktuigen in die laag gevonden uit de oude steentijd (Paleolithicum) -9900. Dit zijn tot nu toe de oudste sporen van menselijke bewoning (oude steentijd, het Paleolithicum) die in Tilburg zijn aangetroffen.

 Zoemsteen
De ongeveer 15 cm lange steen van donkergrijs lydiet werd gevonden bij de opgravingen van een mesolithische nederzetting in het Kraaiven in Tilburg (ca. 5500 vóór Christus). Aan de bovenkant van de steen is een gat geboord. Stenen als deze worden zoemstenen genoemd. Dit voorwerp staat bekend als het oudste muziekinstrument van Nederland. Al in de oude steentijd werden ze gebruikt. Behalve van steen kunnen ze ook worden gemaakt van hout of been. In het laatste geval spreekt men van ‘snorrebot’. Een zoemsteen of snorrebot wordt aan een lang touw rondgedraaid. Door het scherpe profiel ontstaat bij het rondwentelen een zoemende toon waarvan de unieke frequentie voor iedere steen verschilt. 
In de prehistorie hebben ze wellicht een rituele functie gehad. Bij 20ste-eeuwse primitieve culturen in Noord-Amerika, Nieuw-Guinea en Australië zijn dit soort voorwerpen gebruikt om met hun monotone, zoemende geluid mensen in trance te brengen of vissen te lokken. Ook geloofde men dat er geesten mee konden worden opgeroepen. In Australië, waar het instrument ‘tundun’ wordt genoemd, gebruikte men het ook om over grote afstanden berichten uit te wisselen. Misschien dat de prehistorische mens hetzelfde gebruik kende.

Vuurstenen gepolijste bijlen en pijlpunten
Een van de slechts bekende perioden uit de voorgeschiedenis van de Noord-Brabantse zandgronden ligt tussen ongeveer 5.300 en 2.200 voor Chr. Er heeft in die periode een geleidelijke overgang plaatsgevonden van jagers en verzamelaars naar boeren. Men noemt deze periode de nieuwe steentijd. Uit Tilburg zijn slechts enkele los gevonden vuurstenen gepolijste bijlen en pijlpunten uit die periode bekend, o.a. het Kraaiven.
De eerste boeren kapten de bossen voor de bouw van huizen en aanleg van de akkers. De zandgronden waren onvruchtbaar en mest was nog niet bekend. De akkers werden daarom om de paar jaar op een nieuwe plaats aangelegd. Door deze roofbouw ontstonden er kaalgeslagen terreinen en heidevelden. Het oerbos verdween. Pas in de Middeleeuwen werd een belangrijke uitvinding gedaan: door het gebruik van mest kun je de aarde langer gebruiken voor landbouw.

Grafheuvels
De bronstijd is vooral bekend vanwege de grafheuvels, opgebouwd uit op elkaar gestapelde heideplaggen. De meeste dateren van ca. 1.800 – 1.100 v. Chr. In Tilburg en omgeving zijn heel wat grafheuvels gevonden, zoals in 1845 op Stokhasselt (de Zevenheuvelenweg herinnert daar nog aan). De toen gevonden urnen zijn bewaard gebleven in het Noordbrabants Museum te ´s-Hertogenbosch.

1e helft 18e eeuw
Op de oudste kaarten, Tilburg op de kaart krijg je een idee van hoe oud het bos eigenlijk is.
In 1760 tekende de landmeter Diederik Zijnen een kaart van de heerlijkheid Tilburg en Goirle, waarop, tussen het Craijven en de toenmalige Postelstraat, boven de Hasselt, een toponiem “Bommel konte” vermeld is. De Bommels konte liep in het bosgebied aan de IJpelareweg. Dat is dus boven het Wilhelminakanaal, waar nu het industrieterrein Kraaiven ligt.
Diederik Zijnen tekende op zijn kaart één huisje bij BK, dus het was een heel klein gehucht. Maar hier stond 300 jaren geleden de herberg van Adriaan Huismans, waar leden van een beruchte struikroversbende, genaamd de “Muscoviters”, hun roofbuit heenbrachten.

1904
Mogelijk wordt het gebied genoemd in het geheugen van Tilburg:
In de buurt van de Hasselt, vanaf de Dongenseweg tot de Loonseweg lag vroeger een groot bosgebied, eigendom van de familie Houben: “Houben’s maast”. Prachtige bossen die, vooral rond de Dongenseweg helaas grotendeels vernield zijn door de al te grote en kortzichtige dienstijver van achtereenvolgende gemeentebestuurders (nu is het een ontroerend, een voorbeeldig, kortom een rendabel industrieterrein).

Tweede helft van de 20e eeuw
Na de tweede wereldoorlog ontstond een nieuwe dreiging: oorlog tussen Sovjet-Unie en de Verenigde Staten met West-Europa. Dit wordt de koude oorlog genoemd. Men dacht dat de Sovjet-Unie West-Europa aan zou vallen en men bouwde daarom zo’n 100 opslagplaatsen voor wapens in Nederland. Toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel, besloot de men veel mobiliteitscomplexen terug te geven aan de natuur.

In de gemeenteraad kwam men op het idee om op het mobiliteitscomplex in Tilburg een zeer groot winkelcentrum te bouwen. Maar inwoners van Tilburg stemden in een referendum met 53% tegen deze shoppingmall, waardoor het plan niet doorging.
Door de IFF en de rioolwaterzuivering vlakbij het terrein, hangt er vaak een vreemde geur in de bossen. Het verkeer van de burgermeester Letschertweg is duidelijk hoorbaar in het gebied.
De provincie heeft de opdracht het terrein wegens vrede te verkopen.

21e eeuw
Op 18 juni 2014 kwam het voormalig mobilisatiecomplex opnieuw in het nieuws. Het initiatief voor Gay Village, een omheinde wijk waar homo’s in Tilburg veilig zouden kunnen wonen, bleek een stunt te zijn. Achter de website van de projectontwikkelaar zat stichting Roze Maandag, die de aandacht wilde vestigen op intolerantie en geweld tegen homo’s. Veel media berichtten gisteren over het bijzondere plan. Burgemeester Peter Noordanus heeft graag aan de ludieke actie willen meewerken ‘omdat hij het buitensluiten van homo’s een serieuze zaak vindt’, aldus een woordvoerder.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *